Algemene voorwaarden en condities | ontchromen

  • Wij ontchromen je voertuig uitsluitend in onze eigen werkplaats;
  • Je voertuig dient uiterlijk aan het einde van de dag voor de geplande datum bij ons binnen te zijn, zodat deze op temperatuur kan komen;
  • Wij brengen alleen folies aan die wij zelf leveren en waar wij de benodigde garantie op geven;
  • Is de lak van je voertuig ooit beschadigd en hersteld geweest, dan is het aanbrengen van folie voor eigen risico. Ook niet bekende schades die invloed hebben op het ontchromen kunnen niet op ons verhaald worden en vallen niet onder de garantie;
  • Je voertuig dient schoon en gewassen (zonder vuilresten en wax/siliconenlaag) aangeleverd te worden. Eventuele extra schoonmaakkosten, in het geval dat de auto niet schoon is, worden achteraf doorberekent. Wassen op het meest simpele programma is voldoende;
  • Het verwijderen van reeds aanwezige folie/folie die niet door ons is aangebracht, doen wij alleen in overleg en indien mogelijk. Dit omdat wij niet weten hoe deze is aangebracht, welke folie het is en hoe de staat van de ondergrond is;
  • Wij zijn niet aansprakelijk voor het ontstaan van eventuele schades als gevolg van het verwijderen van folie of onderdelen van een auto;
  • Wij geven 3 tot 5 jaar garantie op de folie, afhankelijk van het merk folie dat voor je auto gebruikt is. Op montage van de folie geven wij 6 maanden garantie. Beiden mits het voertuig op normale wijze gebruikt en onderhouden (regelmatig wassen) wordt;
  • Wij ontchromen geen auto’s die ouder zijn dan 3 tot 5 jaar of waarbij wij op voorhand zien dat het gewenste eindresultaat niet te behalen is. Wens je dit toch, dan geschiedt de gehele klus op eigen risico en kunnen wij geen garanties geven;
  • Wij ontchromen geen auto’s die voorzien zijn van een glascoating;
  • Voor reeds bestaande schade(s) of gebreken aan je voertuig, voorafgaand aan de uitvoering van onze werkzaamheden, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden.

Indien (één van) de onderstaande situaties van toepassing is/zijn, geven wij GEEN garantie:

  • ondergrond niet goed schoon;
  • een slechte laklaag/of recent nieuw gespoten laklaag;
  • verroeste delen;
  • flexibele ondergronden (bijv. zeilstof, cabriokappen of kunststof delen);
  • torderende delen;

Tevens zijn uitgesloten van garantie (en voor zover mogelijk wij die überhaupt al kunnen plakken): logo’s & velgen.

Wij zijn genoodzaakt extra kosten in rekening te brengen als:

  • De auto niet gewassen is. Kosten hiervoor bedragen € 75,- excl. BTW.
  • Bij NO SHOW brengen wij het volledige bedrag in rekening.

Bij afzegging binnen 72 uur (3 werkdagen) voor de geplande afspraak, brengen wij 50% excl. BTW in rekening.

Wettelijke onderbouwingen windowfilm

Categorie – Verkeer
Van – College van procureurs-generaal
Aan – Hoofden van de OM-onderdelen
Registratienummer – 2015I002
Datum inwerkingtreding – 1 april 2015
Wetsbepalingen: Art. 5.2.42, 5.3.42, 5.3a.42, 5.5.42 en 5.6.42, alle lid 3 Regeling voertuigen

SAMENVATTING
Deze instructie heeft tot doel een uniforme handhaving te bewerkstelligen van de in de Regeling voertuigen (RV) opgenomen eis betreffende de lichtdoorlatendheid van voertuigruiten.

ACHTERGROND
In de op 1 mei 2009 in werking getreden RV is voor personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen, driewielige motorrijtuigen en voor bromfietsen bepaald dat de lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten niet minder dan 55% mag bedragen.

In deze instructie wordt ingegaan op de wijze waarop de lichtdoorlatendheid moet worden gemeten en welke correctie op de gemeten waarde moet worden toegepast.

OPSPORING

Gecertificeerd meetmiddel

Meetmiddelen die gebruikt worden bij de vaststelling van strafbare feiten en WAHV gedragingen (zoals bij de meting van de lichtdoorlatendheid), dan wel bij de vaststelling van de waarde van een grootheid, die van  invloed kan zijn bij de bepaling van de zwaarte van de straf, moeten voldoen aan de voorschriften die bij of krachtens de Regeling meetmiddelen politie worden vastgesteld, dan wel voor het toegepaste gebruik zijn goedgekeurd door een daartoe bevoegde instantie.

Voor het certificeren van een meetmiddel dat geschikt is om de lichtdoorlatendheid van ruiten te meten zijn eisen [1] opgesteld en aan de hand van deze eisen is een  lichtdoorlatendheidsmeter gecertificeerd.

Bij het bepalen van de lichtdoorlatendheid van een voorruit en/of de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten mag daarom uitsluitend gebruik worden gemaakt van het daarvoor type goedgekeurde meetmiddel met een geldig goedkeuringscertificaat.

Werkwijze

De meting wordt zo mogelijk ter plaatse uitgevoerd. Als geen geschikt en gecertificeerd meetmiddel op de controleplaats aanwezig is, kan, bij het vermoeden dat één of meer ruiten niet aan de gestelde eisen voldoen, op grond van artikel 160, vierde lid, WVW 1994 het voertuig voor een nader onderzoek naar een politiebureau worden overgebracht waar wel een gecertificeerde lichtdoorlatendheidsmeter aanwezig is. Als vervolgens bij meting blijkt dat de lichtdoorlatendheid na correctie minder dan 55% bedraagt, kan een aankondiging van beschikking worden uitgereikt. Hiervoor moet de feitcode N 420 d worden gebruikt. Indien de overtreding niet direct kan worden beëindigd [2], wordt door de opsporingsambtenaar namens de Dienst Wegverkeer (RDW) bepaald dat niet meer met het voertuig op de weg mag worden gereden en wordt op grond van artikel 48, zevende lid, WVW 1994 een verbod om met het voertuig op de weg te rijden aangezegd. Het aanzeggen van dit verbod wordt zo spoedig mogelijk aan de RDW gemeld conform de door de politie gebruikelijke werkwijze.

Wijze van meten

Het meetmiddel moet conform de handleiding worden bediend.[3] Indien het vermoeden bestaat dat slechts één ruit niet aan de eisen voldoet moet deze ruit om een objectief resultaat te verkrijgen op drie verschillende plaatsen worden gemeten. Vervolgens wordt de gemiddelde waarde gecorrigeerd met de vaste correctie van 5% transmittantie [4]. Indien het vermoeden bestaat dat meer ruiten niet aan de eisen voldoen moeten per ruit drie metingen worden verricht en wordt van de drie metingen per ruit de gemiddelde gecorrigeerde waarde berekend.

Om te voorkomen dat op plaatsen wordt gemeten waar de lichtdoorlatendheidseis niet van toepassing is, zoals de bovenzijde van de voorruit, zijn voor de voorruit en de zijruiten meetpunten vastgesteld. De voorgeschreven drie metingen moeten worden gedaan op de hieronder aangegeven meetpunten, waarbij in ieder geval wordt gemeten op de punten 1 en 2.

De meetpunten voor de voorruit zijn:

  • hart stuur/bestuurders plaats met midden ruit
  • hart passagiersplaats met midden ruit
  • linker onderhoek ruit
  • midden onder ruit
  • rechter onderhoek ruit

De meetpunten voor de voorste zijruiten zijn:

  • hart middellijnen ruit
  • rechter bovenhoek ruit
  • linker bovenhoek ruit
  • linker onderhoek ruit
  • rechter onderhoek ruit

Maximale fout
De maximale fout bedraagt 5% transmittantie. Dit betreft geen 5% van de gemeten waarde. maar bij elke gemeten waarde moet 5% worden opgeteld. Bij een meting van de lichtdoorlatendheid moet daarom elke gemeten waarde met 5% transmittantie (verder %) naar boven worden gecorrigeerd.
NB Het maakt voor de uitkomst niet uit of de correctie met de maximale fout op elke meting of eenmaal op de gemiddelde meetwaarde wordt toegepast. Daarom is voor het gemak in de paragraaf  ‘wijze van meten’ aangegeven dat de gemiddelde gemeten waarde met 5% moet worden gecorrigeerd.
De in de RV opgenomen minimale lichtdoorlatendheidswaarde van 55% is beduidend lager dan de in de richtlijn 92/22/EEG opgenomen waarden van 75% voor de voorruit en 70% voor de voorste zijruiten. Om deze reden wordt het niet noodzakelijk geacht om een ondergrens voor de vervolging in te stellen.
Er kan derhalve een administratieve sanctie [5] worden opgelegd indien de gemeten waarde verhoogd met de voorgeschreven correctie van 5% minder dan 55 % bedraagt. De hoogste gemeten ongecorrigeerde waarde waarbij nog een aankondiging van beschikking op basis van feitcode N 420 d kan worden opgemaakt bedraagt dus 49% (49 % + vaste correctie van 5% = 54%).

Eisen aankondiging van beschikking
Indien meer dan één ruit niet aan de eisen voldoet wordt slechts één aankondiging van beschikking uitgereikt. Op de aankondiging van beschikking worden de ruiten vermeld die niet aan de eisen voldoen. Per ruit worden de gemeten waarden [6], de gemiddelde gemeten waarde en de gemiddelde gecorrigeerde lichtdoorlatendheidswaarde genoteerd. Deze gegevens worden eveneens ingevoerd in de Transactiemodule, zodat deze bij beroepszaken op het zaaksoverzicht ten behoeve van de CVOM worden vermeld.

OVERGANGSRECHT
De beleidsregels in deze instructie hebben onmiddellijke gelding op de datum van inwerkingtreding.
[1] Deze eisen zullen worden opgenomen in de Regeling meetmiddelen politie.
[2] Als sprake is van folie kan de overtreding mogelijk direct worden beëindigd door het verwijderen van de folie.
[3] Een lichtdoorlatendheidsmeter bestaat uit een lichtbron en een detector. De lichtbron wordt aan de buitenzijde van de te meten ruit geplaatst en de detector wordt aan de binnenzijde geplaatst. Voor aanvang van de meting moeten de 0% en 100% transmittantie (lichtdoorlatendheid) waarden worden gesimuleerd om de goede werking van het apparaat te controleren.
[4] De lichtdoorlatendheid wordt aangeduid met de eenheid ‘transmittantie, uitgedrukt in procenten’.
[5] Tenzij sprake is van de in artikel 2, tweede lid, WAHV genoemde situatie. Dit houdt in dat, als naar aanleiding van de getinte ruiten een ongeval is ontstaan waarbij letsel aan personen of schade aan goederen is toegebracht, moet worden afgezien van een aankondiging van beschikking en proces-verbaal moet worden opgemaakt terzake deze overtreding.
[6] Hof Leeuwarden 16 november 2011, ECLI:NL:GLEE:2011: BU5115. “Het hof acht het in verband met controle op de wijze waarop een meting is uitgevoerd, of de gemiddelde waarde correct is berekend en de correctie van 5% juist is toegepast, van belang dat een verbalisant alle drie de door hem gemeten waarden op het brondocument vermeldt.”

https://www.om.nl/onderwerpen/beleidsregels/instructies/verkeer/instructie-meting-lichtdoorlatendheid-2015i002

Art 5.2.42 lid 3 (personenauto’s)

De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten mag niet minder dan 55% bedragen. Visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport.

Art. 5.3.42 lid 3 (bedrijfsauto’s)

De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten mag niet minder dan 55% bedragen. Visuele controle, in geval van twijfel wordt gemeten. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport

Art. 5.3a.42 lid 3 (bussen)

De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten mag niet minder dan 55% bedragen. Visuele controle, in geval van twijfel wordt gemeten. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport

Art. 5.5.42 lid 3 (driewielige motorvoertuigen)

De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurders zitplaats aanwezige zijruiten mag niet minder dan 55% bedragen. Visuele controle, in geval van twijfel wordt gemeten. Aan deze eis wordt niet getoetst tijdens de periodieke keuring ten behoeve van de afgifte van een keuringsrapport.

Art. 5.6.42 lid 3 (bromfietsen)

De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten mag niet minder dan 55% bedragen. Visuele controle. In geval van twijfel wordt gemeten.

Bron voor alle artikelen: https://wetten.overheid.nl

Meetcellen
Aan twee zijden van de ruit wordt een meetcel bevestigd. De cellen zien elkaar door de ruit heen en meten daarbij hoeveel licht de ruit doorlaat. In de praktijk blijkt dat bijna alle autoruiten vanaf de fabriek aan al van een coating zijn voorzien waardoor de lichtdoorlatendheid al om en nabij de 75% bedraagt. Het is daarom niet verstandig om nog een folie aan te brengen, omdat de lichtdoorlatendheid hierdoor al snel minder dan de toegelaten 55% zal bedragen.

De tintman is een gecertificeerd meetmiddel en is specifiek bedoeld voor het meten van lichtdoorlatendheid.

Aangezien niet iedere politie-auto dergelijke apparatuur heeft, kan de personenauto dus ook uit het verkeer worden genomen ten behoeve van een technisch onderzoek om zo alsnog een objectieve waarneming te kunnen krijgen. Uw voertuig kan daartoe naar een politiebureau worden afgevoerd om daar het technisch onderzoek te laten plaatsvinden.

Bron: https://www.infopolitie.nl

Mag ik folie of coating aanbrengen op mijn autoruiten?
Raamfolie of coatings op autoruiten mogen niet te donker zijn. De politie controleert of uw getinte autoruiten voldoende licht doorlaten.

Getinte autoruiten moeten licht doorlaten
De getinte voorruit en de getinte zijruiten van de bestuurderszitplaats moeten minimaal 55% van het licht doorlaten.
Getinte achterzijruiten en een getinte achterruit mogen een lagere lichtdoorlatendheid hebben. Dat mag alleen als uw auto links en rechts een buitenspiegel heeft. De voorruit en de zijruiten mogen geen beschadigingen of verkleuringen hebben.

Politie controleert te donkere autoruiten
Politie controleert te donkere autoruiten:

  • krijgt u een boete;
  • kan de politie uw kentekenbewijs deel I (A) invorderen. U mag dan niet meer in uw auto rijden.

Kentekenbewijs terugkrijgen na inname door politie
Heeft de politie uw kentekenbewijs ingenomen? Dan moet u eerst uw autoruiten in orde maken. Daarna laat u de auto keuren bij de RDW. Voldoen de autoruiten bij de keuring aan de eisen? Dan krijgt u uw kentekenbewijs terug.

Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/verkeersveiligheid/vraag-en-antwoord/mag-ik-folie-of-coating-aanbrengen-op-mijn-autoruiten